
Heerlijk, het nieuwe tafeltennisseizoen komt er weer aan
Goede voorbereiding met Anne Vlieg
De competitie-indelingen en het wedstrijdprogramma voor het nieuwe seizoen zijn door de bond inmiddels op het internet geplaatst en dat betekent dat bij mij de adrenaline alweer lichtjes stijgt, de inspiratie om zo goed mogelijk mijn best te doen borrelt weer op. Mijn trainingen op eigen houtje gaan alweer wat fanatieker en volgende week, dan begint het voor mij pas echt met het trainingskamp van Anne Vlieg en Bennie Douwes in Harkstede. Twee weken lang lekker aan de bak.
Het zijn twee trainingskampen om precies te zijn daar in Harkstede onder de rook van de stad Groningen, eentje van vijf dagen en eentje van vier. Ik doe ze beide mee, deels als assistent-trainer/sparring-partner van de deelnemers (waarbij Anne en Bennie mij aansturen want mijn kennis van het spel en de trainingsmethodieken kan nog niet tippen aan dat van hen) waardoor ik terwijl ik anderen help ook tegelijkertijd mijn eigen spel train en de technieken er weer beter in kan krijgen. Een mooie win-win-situatie.
Zulke trainingskampen zijn inhoudelijk en ook qua aantal trainingsuren belangrijk. Want weten hoe je de technieken moet uitvoeren is één, ze goed uitvoeren vergt vooral veel oefenen en dus uren maken. Dat heb ik vorig jaar wel gemerkt, toen ik voor het eerst in Harkstede meedeed. Eigenlijk ben ik pas sinds mei vorig jaar echt en gericht bezig mijn technieken te verbeteren. En pas de laatste tijd zie ik echte verbeteringen. In de trainingen, dus of en hoe het zich gaat vertalen naar de wedstrijden is nog een tweede.
Ook dat is zo interessant aan deze sport, het verschil tussen de ‘kampioen van de training’ en de ‘kampioen van de wedstrijd’. Want je kunt de ballen nog zo fantastisch soepel en geweldig raken op de training, als je dat tijdens de wedstrijden niet kunt herhalen heb je dus nog genoeg om aan te werken. Dat zit dan vooral in het psychische deel van het spel. Ook ik kan daar nog in groeien, alhoewel ik van mezelf denk dat ik daar al redelijk/behoorlijk ver in ben. Maar zoiets van jezelf zeggen is link, want er zijn altijd wedstrijden in een seizoen die ik in het laatste mentale deel verlies. Zoals ik ze soms ook op dat moment juist win. Een honderd procent-score op dat vlak is wellicht een utopie, maar uiteraard blijft het de moeite waard dat na te streven.
De laatste anderhalf jaar werk ik vooral aan mijn techniek, daar viel/valt nog veel aan te verbeteren. Volgens Anne Vlieg is het mijn belangrijkste te verbeteren onderdeel want volgens hem zit het qua wedstrijdmentaliteit en conditie wel goed. En dus ben ik daarom veel bezig met de techniek van het raken van de bal. Waar veel meer facetten in zitten dan ik ooit had gedacht. En aangezien ik me nog steeds wil (en kan?) verbeteren, maak ik redelijk wat uren om de technieken erin te slijpen die moeten leiden tot een hoger niveau. Omdat zoiets niet vanzelf gaat, moet er worden getraind. ‘Moet’ met een glimlach overigens, het is mogen, het is willen, het is met inspiratie, het is met een doel, het is omdat het me zoveel plezier schenkt me met alle facetten van deze prachtige sport bezig te houden.
En daarom vind ik het zo heerlijk dat het seizoen weer gaat beginnen, dat ik straks vanaf september kan meten of ik progressie heb geboekt en waarom het wel of niet lukt. Dat vind ik altijd weer interessante bespiegelingen, want dergelijke reflecties bieden je weer inzicht in de onderdelen waar je amper aan hoeft te werken en de onderdelen die zeker nog aandacht nodig hebben. Volgens mij is het bijna onmogelijk uitgeleerd te zijn in deze sport. Ook omdat in een wedstrijd de opponent ook altijd weer anders is en niet altijd een standaard-spelpatroon heeft waardoor je moet schakelen en eventueel aanpassen, in elk geval een strategie moet hebben die je desgewenst kunt aanpassen als dat nodig blijkt om de zege te behalen.
Ik heb dus weer volle bak zin in het nieuwe seizoen, voor mij ook nog eens bij een nieuwe club (van FTTC naar Argus overgestapt) en ben benieuwd of dat een goede stap is. De toekomst zal het uitwijzen, ik kan niet anders (of meer) dan mijn best doen. Volgend jaar weet ik waarschijnlijk hoe het mij – en anderen - is bevallen. En dan zien we wel weer verder. Ondertussen maar gewoon mijn best doen en plezier hebben in dat wat ik doe. En zin hebben in de nog te volgen trainingsuren. Ik ben zeer nieuwsgierig te zien hoe ikzelf (zo narcistisch ben ik uiteraard) uit de zomerperiode tevoorschijn komt. En hoe zich dat verhoudt tot anderen, want daar gaat het uiteindelijk óók om.
- Maandag 2 augustus - 10:43
- Bron: Johan Vogelzang
- Column






Reacties