woensdag 8 februari 2012
Column Peter Hanning: Strijd, passie en vechtlust

Column Peter Hanning: Strijd, passie en vechtlust

WK 2011 Rotterdam: applaus, afrekenen en opnieuw beginnen?

Op 19 juni zal Paul Haldan worden gekozen als hoofdbestuurslid topsport van de Nederlandse Tafeltennisbond. Een mooi moment om in te stappen, want ik ben van mening dat de bond in meerdere opzichten aan het groeien is. Het hoofdbestuur heeft in mijn optiek een realistisch meerjarenbeleidplan 2010-2016 op tafel gelegd en de organisatie staat steeds meer als een huis. Bovendien staan de wereldkampioenschappen in Rotterdam voor de deur. Een unieke mogelijkheid om de tafeltennissport in ons land te presenteren aan het grote publiek. Wat is er nou mooier dan dat Nederlandse sterren gaan schitteren in Ahoy? Met de dames vanzelfsprekend en ik reken er eigenlijk ook op dat de huidige herenselectie zich in Rotterdam wil gaan revancheren van de teleurstellende verrichtingen in Moskou. Ik verwacht niet dat de volgende generatie er al aan toe is om te acteren op het WK. Maar wie weet… ik zie Ewout en Koen graag spelen!

Valentijnsvoordeel

Onze nieuwe topsportbestuurder komt niet binnen op een gespreid topsportbedje, zoveel is wel duidelijk. Zijn we op de goede weg? Moet ik als een olifant door de Papendalporseleinkast denderen? Zomaar een paar vragen, die oneindig aangevuld kunnen worden. Het zal hem behoorlijk bezighouden. Ik hoop dat hij en zijn collega’s van het hoofdbestuur de weg die zij hebben gevolgd ten aanzien van het meerjarenbeleidsplan nog een keer willen bewandelen. Ga wederom het land in en luister naar clubs die bewijzen talenten te kunnen ontwikkelen, personen die verstand hebben van topsport en de intentie hebben om Oranje te denken. Daarmee zou Haldan een goede start maken. Niet alleen Papendal, maar zeer zeker ook Zoetermeer moet het land in.

Terug naar Rotterdam. Ik hoop van harte dat het een spektakel gaat worden. De voortekenen zijn veelbelovend. Iedereen die hier bij betrokken is verdiend een mooi en succesvol evenement. En wat mij betreft hoeven onze Nederlandse selectiespelers en –speelsters niet te gaan voor het erepodium, dat is misschien wat teveel gevraagd. Maar het zijn wel zij die de meeste invloed kunnen uitoefenen op de krantenkoppen en alles er omheen. Zij bepalen grotendeels of het WK inderdaad een promotiemiddel bij uitstek blijkt te zijn. Het Nederlandse publiek moet zich kunnen identificeren met jullie. Strijd, passie en vechtlust is wel het minste wat we mogen verwachten. Niet alleen dan, maar zeer zeker ook in de aanloop naar Rotterdam. Er volledig voor willen en kunnen gaan. En voor zover je er nog niet mee bezig was, dat begint nu! Kun je dat niet opbrengen, dan moet je bedanken voor Oranje. Dan ben je niet geschikt als topsporter én als rolmodel voor de toekomstige tafeltennissers. Maar ga je ervoor dan sta ik als Oranjefan achter je! Mocht uiteindelijk blijken dat onze helden het niet aan kunnen dan is dat ontzettend jammer. Dan zal ik met de wetenschap dat ze er alles aan hebben gedaan hen met een welgemeend applaus bedanken voor hun strijd, passie en vechtlust. Om vervolgens kritisch te zijn naar onze beleidsbepalers en bestuurders. Omdat je op resultaten moet kunnen worden afgerekend. Ben nieuwsgierig wat Paul Haldan er allemaal van vindt….

  • Woensdag 2 juni - 07:00
  • Bron: Peter Hanning
  • Column

Reacties

  • Geen account? Klik hier om een account aan te maken.

Column

Column Hanning: klompen en de parel van Oost-Groningen

Column Hanning: klompen en de parel van Oost-Groningen Zaterdag en zondag heb ik een kijkje genomen bij de Groninger Kampioenschappen in Loppersum. Er was een deelnemersveld wat de tafeltennisburgers weer moed kan geven. Vorig jaar was het namelijk dramatisch. Natuurlijk is het altijd leuk om weer met bepaalde personen te spreken over van alles en nog wat. Vooral tafeltennis is natuurlijk onderwerp van gesprek. Of ik nog competitie speel? Die vraag is mij meerdere keren gesteld. Het antwoord is nog steeds hetzelfde: nee. Dan moet er toch eerst een competitie aangeboden worden waarin ik op normale speeltijden actief kan zijn. Maar toch is mijn onderbouwing van het antwoord niet meer het zelfde. Ik gaf altijd als sprekend voorbeeld dat ik geen zin meer heb om op een dinsdagavond een uitwedstrijd te spelen in Finsterwolde. Eigenlijk wist dan iedereen in mijn buurt wat ik bedoelde. Een glimlach van mijn gesprekspartner was vaak de non-verbale bevestiging.

#